Wantrouwende banken

MagnifierSinds de crisis is het woord vertrouwen een terugkerend thema. De financiële sector heeft het vertrouwen van de consument beschaamd. Banken moeten dit vertrouwen herwinnen. Maar vertrouwen banken bedrijven en consumenten wel?

Het woord krediet komt van het Latijnse crédit, wat vertrouwen betekent. Een kredietovereenkomst tussen de bank en de lener is dus een vertrouwensovereenkomst. Zowel de bank als de consument kan dit vertrouwen beschamen. Alleen: hoe ver moet een bank gaan om te checken of een lener wel te vertrouwen is? Op dit moment is de dossiervorming extreem. Zo zijn minimale risico’s al een aanleiding om de deur voor een bedrijf of consument dicht te doen. Daarnaast moet alles wat onderbouwd kán worden, ook daadwerkelijk uitgebreid onderbouwd worden.

Zo kreeg ik een keer te maken met een jong stel dat al jong was gaan werken, fors had gespaard en nu hun eerste huis wilde kopen. Samen hadden ze inmiddels boven de 100.000 aan spaargeld. De bank begon met de vraag om een kopie van 6 maanden van de spaarrekening. Vervolgens om de aangifte voor de belasting plus de aangifte van het jaar ervoor. Toen de bank zag dat het geld echt gespaard was en er geen sprake was van een onderhandse lening kreeg ik de opmerking of “dat stel soms niet leefde.” In plaats van vreugde over een spaarzame klant was er bij voorbaat wantrouwen – met nog een vervelende opmerking na.

Een ander voorbeeld was de vrouw zonder kind die bij de bank een krediet wilde afsluiten. Na het aanleveren van enkele weken aan bankafschriften werd haar dit krediet geweigerd. Waarom? Omdat ze voor een paar euro iets in een babyzaak gekocht had voor haar zus. Tóch een kind, dus te veel krediet voor jouw situatie, zo concludeerde de bank. De vrouw moest vervolgens gaan bewijzen dat ze toch echt geen kind had.

Ook van ondernemers bouwt de bank vaak stevige bewijsdossiers op. Dertig, veertig of zelfs uitschieters naar zestig documenten komen voor. Alles wat maar aangeleverd kan worden wil de bank zien. Want het zou zo maar kunnen dat precies uit dat ene document blijkt dat de klant niet te vertrouwen is. Regelmatig krijg ik gefrustreerde opmerkingen van ondernemers. “Je weet nu toch echt alles”, zeggen ze dan. Of: “Willen ze de maat van mijn ondergoed soms ook nog weten?” Heb je als ondernemer dan ook nog een slordige boekhouder of loop je achter met de administratie, dan ontstaat er veel tijdverlies.

Banken staan onder streng toezicht van de Autoriteit Financiële Markten en willen koste wat kost mogelijke boetes voorkomen. Het gevolg daarvan is dat de dossiervorming vooral in het teken staat van het voorkomen van mogelijke claims, boetes of risico’s. In ons contact met banken hoor ik vaak dat nu de “riskmanager” er de baas is en niet meer de bankdirecteur.

Dat lijkt me geen goede zaak. Enige controle zal iedereen logisch vinden, maar elk documentje opvragen geeft voornamelijk schijnzekerheid. Het adagium “vertouwen is goed, maar controle is beter” loopt regelmatig uit de hand. Laat banken klanten op basis van een normaal dossier daadwerkelijk vertrouwen.

Over André van Luijk MFP

Opleiding HBO - Bank en Verzekeringswezen / Master of Financial Planner (MFP) / Erkend Financieel Adviseur (EFA) / ondernemer Woonvisie / Belegger
Dit bericht werd geplaatst in Financieel, Hypotheek, Schuld en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s