Een negatieve spaarrente

De laatste maanden lees je steeds vaker dat grote bedrijven een negatieve rente moeten betalen op hun spaargeld. Hoe kan dat en kunnen consumenten daar ook mee te maken krijgen? De rente op spaargeld is al zo laag. Kan het echt voorkomen dat je moet betalen over je spaargeld? Wie zou moeten betalen om zijn spaargeld te stallen bij de bank, zou het waarschijnlijk direct opnemen en thuis bewaren.

Voor grote bedrijven is dat lastiger. Bovendien willen bedrijven doorgaans dat grote sommen spaargeld direct beschikbaar blijven voor bijvoorbeeld overnames. Banken kunnen dit geld dus niet uitlenen, want als ze het uitlenen en bedrijven hebben het weer nodig, moet het wel beschikbaar zijn. Ook wil een bedrijf graag zekerheid. Als een bank omvalt, wil het niet zijn geld kwijtraken.

Door bovenstaande eisen durven banken bij grote sommen geld een negatieve rente te vragen. Zekerheid en beschikbaarheid: prima, maar dat kost dan wel geld. Omdat er weinig solide banken in Europa zijn, heeft een bedrijf weinig keus als zo’n bank dit eist. Een bedrijf kan nu eenmaal geen grote bedragen in een oude sok bewaren. Voor particulieren heeft deze week de Duitse internetbank Skatbank als eerste bank in het land een negatieve spaarrente ingevoerd. Particuliere klanten moeten daar betalen om hun geld bij de bank te stallen voor sommen groter dan euro 500.000,-.

Wat kan een particulier hiervan opsteken? Ik denk niet dat hij bij kleine bedragen snel te maken zal krijgen met een negatieve rente bij een bank. Maar let hij niet goed op en verlaagt de bank de spaarrente stilzwijgend naar bijvoorbeeld een half procent, dan komt hij, in combinatie met de vermogensrendementsheffing van 1,2 procent van de fiscus, wel uit op een negatieve rente.

In elk geval dient de particuliere spaarder goed de nadelen van een spaarproduct in de gaten te houden. Een deposito geeft een hogere rente dan een spaarrekening, maar is minder flexibel. Stel, een spaarder kiest voor een deposito met een hoge rente waarbij het geld tien jaar vast staat. Als hij na drie jaar toch een deel van het geld wil gebruiken, moet hij goed kijken of dat hem geen boete gaat opleveren. Een deposito met een iets lagere rente en wat meer flexibiliteit zou hem uiteindelijk wel eens meer voordeel kunnen geven. Zet geld echt lang weg als je vrijwel zeker weet dat je het voor langere tijd niet nodig hebt. Het spreekwoord: Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het deksel op zijn neus gaat hier ook op.

Ook moet de particuliere spaarder goed kijken waar hij zijn geld stalt. Velen hebben het failliet gaan van de bank Icesafe nog vers in het geheugen. Deze bank gaf een hoge rente, maar viel niet onder het Nederlandse depositogarantiestelsel. Mensen met grotere vermogens spreiden vaak hun spaargeld over meerdere banken. Ze moeten beseffen dat sommige banken een gezamenlijke bankvergunning hebben. Wie bijvoorbeeld zijn geld spreidt over Money You en ABN AMRO, heeft het staan bij twee banken die één gezamenlijke bankvergunning hebben. Stalt hij bij beide banken ieder een ton, dan krijgt hij er bij faillissement maar één ton van terug.

Over André van Luijk MFP

Opleiding HBO - Bank en Verzekeringswezen / Master of Financial Planner (MFP) / Erkend Financieel Adviseur (EFA) / ondernemer Woonvisie / Belegger
Dit bericht werd geplaatst in Financieel, sparen, Vermogen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s