De financiële impact van funderingsschade

Funderingsschade – dat komt toch alleen in sommige wijken in grote steden voor? Vergis u niet! Mogelijk heeft uw woning hier ook last van. Is het huis gebouwd tussen 1890 en 1945 en staat het in een gebied waar sprake is van veen- of kleigrond, bijvoorbeeld in de buurt van een rivier, dan ben u mogelijk een van de 750.000 risicopanden die Nederland telt. Deze panden vormen zo’n 10 procent van de Nederlandse woningvoorraad.

Langzaam begint Nederland de impact van de funderingsproblemen te onderkennen. Tussen 1975 en 2000 speelde het probleem ook al, maar wakker lag niemand er echt van. Rond 2000 waren er rond de 100.000 woningen die een probleem hadden. In een publicatie van de Technische Universiteit Delft uit 2011 lag dit aantal al op de 200.000 woningen – en dat aantal is hard toegenomen. Op 14 februari dit jaar zijn er zelfs Kamervragen gesteld omdat het besef begint te komen dat het om een miljardenschade gaat. Omdat er nog veel onduidelijkheid is lopende schattingen van nu al 5 miljard schade tot mogelijk maximaal 40 miljard schade. De grote vraag luidt: wie gaat dat betalen?

In principe is de woningeigenaar verantwoordelijk voor het onderhoud aan zijn huis, dus ook voor de fundering. Eventuele kosten komen voor zijn rekening. Maar stel dat u in de afgelopen tien jaar een woning met een tophypotheek heeft gefinancierd en tot de ontdekking komt dat u uw fundering binnen vijf jaar moet herstellen, omdat anders uw veiligheid in gevaar komt. Hoe gaat u dat betalen? Dit zijn zeer complexe vraagstukken. De deur bij de banken zit meestal potdicht, tenzij u een forse overwaarde heeft. Uw woning is onverkoopbaar en u woont in een tikkende tijdbom. Langzaam ontstaan er scheuren in uw huis, deuren gaan klemmen en af en toe voelt u trillingen.

Als de situatie echt urgent wordt, is het belangrijk om dit bij de gemeente aan te kaarten. Moet er binnen twee jaar iets gebeuren, dan dient de gemeente vanuit veiligheidsoogpunt hulp te bieden. Gaat het om een grotere termijn dan twee jaar en biedt de bank geen oplossing, dan zult u zelf moeten gaan sparen of lenen via vrienden of familie. Dat spaarbedrag is fors: u moet al 200 euro per maand sparen om op basis van de huidige rentestand over 20 jaar op het benodigde bedrag te zitten. Is herstel over 10 jaar nodig, dan moet u ongeveer 450 euro per maand sparen.

Daarnaast kan het verstandig zijn om over slimme oplossingen na te denken. Door bijvoorbeeld funderingsherstel te combineren met de aanleg van een kelder, kan de woningwaarde stijgen. Dit kan de financieringskans bij de bank weer vergroten.
Gelukkig begint de bewustwording bij de landelijke politiek te ontstaan. In de basis is het weliswaar uw probleem, maar meer partijen lopen schade op. Door zijn omvang heeft het probleem een grote maatschappelijke impact. Zo willen gemeenten geen verpaupering, woningcorporaties houden de wijk graag leefbaar en banken lopen het risico op meer restschuld. Weliswaar staat u er nu nog vaak alleen voor, maar op termijn komt hier zeker verandering in.

André van Luijk – http://www.woonvisie.nl – 010-4426448
Stel uw vraag: andre@woonvisie.nl
André_van_Luijk

Over André van Luijk MFP

Opleiding HBO - Bank en Verzekeringswezen / Master of Financial Planner (MFP) / Erkend Financieel Adviseur (EFA) / ondernemer Woonvisie / Belegger
Dit bericht werd geplaatst in Financieel, Fundering, Hypotheek, Kluswoning, Onder water, Schuld, woning. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s