De jubelton is terug

Om de bouwsector uit het slop te trekken verruimde de overheid in 2013 en 2014 de schenkingsvrijstelling tot 100.000 euro. Sinds dit jaar geldt die regeling opnieuw. Nu met het doel de forse eigenwoningschuld van veel Nederlandse huishoudens te verlagen.

De regeling is een uitzondering op de jaarlijkse schenkingsvrijstelling van 5000 euro voor kinderen en 2000 euro voor anderen. Vanwege de ruime voorwaarden wordt de regeling ook wel gekscherend de jubelton genoemd. Een schenker kan meerdere mensen een ton geven en ontvangers mogen die ton ook van meerdere mensen toegeschoven krijgen. Geven aan de buurman mag ook: de regeling is niet beperkt tot ouders en kinderen.

Maar aan die jubelton zitten toch best wat fiscale haken en ogen. In 2014 belde een klant mij op. Haar accountant had haar verteld dat ze een forse besparing zou kunnen realiseren als haar vermogende vader haar via de jubelregeling een ton zou schenken voor de aflossing op de hypotheek. De jubelton is namelijk vrijgesteld van schenkingsbelasting – belasting die ze wel zou moeten betalen als haar vader zijn vermogen op andere manieren aan haar zou overdragen. Met die besparing bleek het na wat doorvragen wel mee te vallen, want haar vader had haar al eerder bedragen geschonken en die moesten in mindering gebracht worden op de jubelton.

Ook in 2017 heeft de wetgever een paar lastigheden in de regeling verstopt. Zo moet de ontvanger of diens partner tussen de 18 en de 40 jaar oud zijn. Je mag de regeling –anders dan in 2013 en 2014–uitsmeren over drie opeenvolgende jaren. Maar dan moet het wel zo zijn dat de ontvanger of zijn partner in het laatste jaar maximaal 39 jaar oud is.A lot of dollars in a wooden barrel. Isolated on white

De regels zijn pas echt ingewikkeld als er in het verleden al sprake was van schenkingen. Als je tussen 2010 en 2014 al een grote belastingvrije schenking deed, kun je diezelfde persoon niet nog eens een ton schenken. Deed je dat vóór 2010 en in 2015 of 2016, dan kun je diezelfde persoon nog wel een schenking doen, maar geen ton meer. Eigenlijk kun je er alleen zeker van zijn dat je de volledige ton kunt schenken als je niet eerder op wat voor manier dan ook gebruik maakte van de verhoogde vrijstelling. De ton kun je maar één keer geven, je mag dus niet het jaar erop dezelfde persoon nog eens zo’n bedrag schenken. Van elke schenking moeten ontvanger en gever melding maken in hun IB-aangifte.

De ontvanger moet de schenking gebruiken voor een verbouwing of het aflossen van de hypotheek. Een verbouwing is een ruim begrip: je mag denken aan een inbouwjacuzzi, aan zonnepanelen of zelfs aan een kleine windturbine.

De regeling heeft mensen er zich bewuster van gemaakt dat het kopen van een woning niet meer vanzelfsprekend is. Omdat je steeds minder kunt financieren en de maximale financiering mogelijk naar 90 procent van het aankoopbedrag van de woning zal gaan, wordt familiekapitaal belangrijker.

Toen ik hoorde over de regeling moest ik aan de Fransman Piketty denken, van het bekende boek “Kapitaal in de 21e eeuw”, over inkomensongelijkheid. Piketty beschrijft dat vermogensongelijkheid mede ontstond doordat familiekapitaal door de generaties heen kon renderen. Fiscaal onbelast vermogen op de volgende generatie overdragen zou vermogensongelijkheid in de hand werken. De tijd zal leren of hij gelijk heeft.

Geplaatst in Belasting, Financieel, Planning, Schuld, Vermogen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Maak eens creatief gebruik van andere vormen van kapitaal

De jaarwisseling is in de regel een moment van terugblikken en vooruitkijken. Daar komen altijd goede voornemens bij kijken. Maar die voornemens omzetten in daden is niet zo makkelijk. Ook financieel gedrag is niet eenvoudig te veranderen.

Als er iets is wat ik merk in de klantengesprekken die ik voer is dat mensen compleet verschillend met geld omgaan. Zo zat ik eens aan tafel met een alleenstaande moeder met één kind die een inkomen had vergelijkbaar met een bijstandsuitkering. Daarnaast had ze ook nog eens 5000 euro spaargeld. Toen ik opperde dat ze zich ook tot de bijstand kon wenden, zei ze dat ze dat niet wilde als ze het zelf kon verdienen.

Een dag erna had ik een gesprek met een andere alleenstaande moeder met één kind die twee keer modaal verdiende. Zij gaf zo veel uit dat ze inmiddels diverse kredieten had afgesloten. Maar nog steeds kon ze haar levensstijl niet bekostigen. Financiële intelligentie heeft meer met gedrag te maken, dan met kennis van fiscale wetten.Money in the glass on wood table. Money Saving concept

Als mensen krap bij kas zitten, dan is de reactie vaak dat als het inkomen omhoog gaat de problemen opgelost zijn. “Geld maakt geld”, is dan het motto. Maar dat is doorgaans niet zo. Een paar maanden later zitten diezelfde mensen weer krap bij kas. Als mensen opeens veel geld krijgen, is de kans groter dat ze last krijgen van het Ferrarisyndroom dan dat ze van dat geld méér geld maken. Ze geven het razendsnel uit aan luxe zaken. Een klant van mij kreeg een erfenis van 80.000 euro. Binnen 10 maanden was het geld op. Hij had er weliswaar geen Ferrari van gekocht, maar door zijn  snelle levensstijl zat hij daarna nóg krapper bij kas.

Geld maakt geen geld, nee, creativiteit maakt geld. Ik ken diverse ondernemers die een aantal keer failliet zijn gegaan en binnen afzienbare tijd weer een groot bedrijf opbouwden. Geld hadden ze niet en van de bank kregen ze het ook niet meer. Vanuit een failliete positie weer iets opbouwen vergt creatief denkvermogen en hard werken.

Het is trouwens niet zo dat je alleen geld als kapitaal hoeft te zien. Ik vind de indeling van de Franse socioloog Pierre Bourdieu erg mooi. Naast economische kapitaal als geld en onroerend goed definieert hij nog vier andere vormen van kapitaal: cultureel, sociaal, symbolisch en linguïstisch kapitaal. Bij cultureel kapitaal kun je bijvoorbeeld denken aan kennis, vaardigheden en opleiding. In een snel veranderende samenleving is jezelf of je bedrijf ontwikkelen van blijvend belang. Sociaal kapitaal kunnen netwerken en relaties zijn. In een participatiesamenleving wordt een beroep gedaan op het sociaal kapitaal van de samenleving. Symbolisch kapitaal gaat over sociale erkenning, zoals prestige of eer. En het beheersen van de taal van de dominante cultuur is linguïstisch kapitaal. Wie een taalachterstand heeft, loopt tegen grenzen op en heeft minder mogelijkheden dan mensen die de taal van de heersende cultuur goed spreken.

Mijn tip voor 2017: maak eens creatief gebruik van andere vormen van kapitaal. Het mooie is: als je dat doet, komt het met het economisch kapitaal meestal ook wel goed.

 

Geplaatst in Financieel, Planning, Vermogen | Een reactie plaatsen

Perspectiefverklaring goed nieuws voor huiszoekende flexwerkers

 

In Nederland groeit het aantal mensen zonder een vast contract. Er zijn steeds minder werknemers met een vaste arbeidsrelatie en steeds meer werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Ook het aantal zelfstandigen groeit al jaren. Vooral onder jongere werknemers zijn de cijfers opvallend. Maar liefst 52 procent van de Nederlandse beroepsbevolking tussen de 25 en 35 jaar is werkzaam op flexibele basis.

Dat had (en heeft) grote gevolgen voor het krijgen van een hypotheek. Niet voor niets denkt een groot deel van de flexwerkers en uitzendkrachten dat het onmogelijk is om een hypotheek te krijgen. Tot nu toe werd bij een flexibel inkomen het gemiddelde van de afgelopen drie jaar berekend. Daarbij werd het huidige salaris genomen als bovengrens. De zogenaamde perspectiefverklaring verandert deze aanpak echter.  Businesswoman against modern city background . Mixed media

Met een perspectiefverklaring wordt de bestendigheid van het inkomen aangetoond. Veel uitzendorganisaties kennen de mogelijkheid om aan flexwerkers zo’n verklaring af te geven. Medewerkers krijgen een perspectiefverklaring als zij tenminste één jaar werkervaring hebben. Hypotheekverstrekkers nemen dan het huidige inkomen als vast inkomen mee in de toetsing voor de hypotheek.

Goed nieuws
Er wordt dus niet langer gekeken naar baanzekerheid, maar naar inkomenszekerheid. Er wordt op deze manier niet alleen naar het verleden gekeken, maar men durft ook naar de toekomst te kijken. Een wezenlijke verandering! De proef met de perspectiefverklaring loopt al een tijdje. Gelukkig geven de laatste tijd steeds meer banken en hypotheekverstrekkers aan ook de perspectiefverklaring te omarmen.

Een perspectiefverklaring wordt niet zomaar afgegeven. Er vinden vooraf uitgebreide gesprekken plaats met de flexwerker. Deze moet onder meer een schriftelijke motivatie inleveren. Verschillende verantwoordelijken beoordelen uiteindelijk de aanvraag. Voor ZZP’ers geldt de perspectiefverklaring niet.

Met een nog steeds veranderende arbeidsmarkt is dat mijns inziens goed nieuws.

De perspectiefverklaring startte als een initiatief van uitzendconcern de Randstad Groep (Randstad, Yacht en Tempo Team). Vanaf volgend jaar geldt dit ook voor medewerkers die minimaal één jaar in dienst zijn en die werken via Adecco Group Nederland, Driessen HRM, Faber Personeelsdiensten, HappyNurse, Timing Uitzendteam, Young Capital, Actief Werkt!, OTTO Work Force en Manpower.

Geplaatst in Financieel, Hypotheek, woning | Een reactie plaatsen

Crowdfunden om funderingsherstel te financieren blijkt moeilijk verhaal

Funderingen, je ziet ze niet, maar ze zijn onmisbaar. Helaas zijn ook funderingen aan slijtage onderhevig. Funderingsherstel komt dan ook af en toe voor. Geld vinden om het herstel te bekostigen, is echter niet zo makkelijk als je op voorhand zou denken.

Funderingsherstel is een ingewikkeld proces. Het is niet makkelijk om een fundering te vervangen of te repareren, terwijl je het huis laat staan. Vaak hebben meerdere woningen dezelfde fundering en moet men daarom samenwerken. Komt nog bij dat geld lenen bijna onmogelijk is. Banken houden al snel de hand op de knip. Maar hoe kom je toch aan geld? Zijn er andere opties? Crowdfunden bijvoorbeeld?
Bij crowdfunden wordt er geld geleend van de crowd, van de menigte dus. Het voordeel van crowdfunden is dat er geld van verschillende partijen bij elkaar kan worden gebracht. Vooral in de film en in de muziekwereld wordt al veel gebruik gemaakt van crowdfunden. Maar ook elders rukt crowdfunding op. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld aandeelhouderschap van omwonenden in een windmolen of een andere vorm van duurzame energie. Als het gaat om funderingsherstel komt crowdfunden echter nog niet van de grond. Daar zijn verschillende redenen voor.

AFM
Cracked brick wall - Deep crack in a brick wall - toned imageJe kunt je voorstellen dat als meerdere woningen dezelfde fundering hebben, de rijkere bewoners geld kunnen lenen aan de andere bewoners om het funderingsherstel te bekostigen. Dit zou een vorm van crowdfunden zijn. In de praktijk komt voor zover bekend niet voor. Er wordt gekozen voor een alternatief.
Komt nog bij dat crowdfunden niet meer zo makkelijk gaat als vroeger. De toezichthouder (de AFM) kijkt sinds een aantal jaar strenger naar crowdfunding. Ook deze vorm van financiering moet voldoen aan steeds meer wet en regelgeving. In principe moet het onmogelijk zijn om meer geld te krijgen via crowdfunden dan je zou krijgen via een gebruikelijk route. Men moet uitzoeken of er niet sprake is van overkreditering van de particulier.
Geldverstrekkers
Als er al sprake is van crowdfunding, blijkt dat het in de meeste gevallen gaat om slechts een (klein) deel van de totale geldsom die nodig is. De rest wordt bekostigd op andere manieren. Voor een particulier die geen lening krijgt bij de bank schiet dat natuurlijk niet op. Dan moet je alsnog op zoek naar een andere geldbron voor het resterende deel.
Helaas is crowdfunden om je funderingsherstel te bekostigen nog geen reële optie. Geldverstrekkers en banken blijven nodig. In volgende blogs een aantal tips over hoe je de kans kunt vergroten dat je een lening kunt afsluiten bij de bank als het gaat om funderingsherstel en wat je moet doen om die lening zo hoog mogelijk te laten uitpakken.

Kollage von Hnden mit verschiedenen Whrungen, Konzept crowdf

Geplaatst in crowdfunding, Fundering, Kluswoning, Onder water, Schuld, woning | Een reactie plaatsen

Nieuwe vermogensbelasting schiet doel voorbij

Kleine beleggers en spaarders gaan per 2017 minder belasting betalen, vermogende Nederlanders juist méér. De wijziging is geen vooruitgang.

De belasting op vermogen is al jaren een bron van ergernis. De Belastingdienst gaat ervan uit dat er over vermogen gemiddeld een voordeel –rente– behaald wordt van 4 procent. Over dit veronderstelde rendement betaalt de vermogensbezitter 30 procent belasting. Maar die 4 procent is een onrealistisch percentage in deze tijd van extreem lage spaarrentes. Dit systeem had al lang aangepast moeten worden. Weliswaar zijn de rendementen op de aandelenbeurzen de laatste jaren weer beter, maar vanwege de enorme beweeglijkheid van de koersen en de risico’s van beleggen houden veel particulieren –óók degenen met veel vermogen– het bij sparen.

Vorig jaar is bij het belastingplan van 2016 al opgemerkt dat de vermogensrendementsheffing in 2017 zal veranderen. Na verschillende arresten van de Hoge Raad begint moest er wat gaan gebeuren. Wat gaat er veranderen?

Het tarief blijft 30 procent over een fictief rendement, maar dit fictieve rendement staat niet meer vast op 4 procent. In plaats daarvan komen er drie vermogensstaffels met bij iedere staffel een bijbehorend fictief rendement. Ook gaat het vrijgestelde vermogen iets omhoog: van 24.437 naar 25.000 euro. Vermogens tot 75.000 euro betalen belasting over een fictief rendement van 2,9 procent. Tussen de 75.000 en de 975.000 euro over 4,7 procent, hoger dus dan de 4 procent van de afgelopen vijftien jaar. En vermogens boven de 975.000 euro gaan zelfs betalen over een fictief rendement van 5,5 procent. Het nieuwe systeem sluit aan bij het gemiddelde vermogen per vermogensklasse en het gemiddelde vijfjaarsrendement van sparen en beleggen. Het gaat ervan uit dat als je meer vermogen hebt, je minder spaart en meer belegt. Voor belastingplichtigen met een box-3-vermogen lager dan 245.000 euro levert de wijziging een belastingbesparing op. Belastingplichtigen met een hoger vermogen gaan juist meer belasting betalen.burning money

Persoonlijk vind ik deze wijziging geen vooruitgang. De nieuwe veronderstelde rendementen benaderen de werkelijkheid nauwelijks méér dan de oude 4 procent. Er is alleen een uitbreiding toegevoegd. Als je veel vermogen bezit, niet op zoek bent naar zo veel mogelijk rendement en er niet voor kiest te gaan beleggen, word je toch aangeslagen voor 5,5 procent. Op deze manier word je bijna gedwongen toch te gaan beleggen.

Ik moet nog zien dat de Belasting daadwerkelijk meer belasting op vermogen binnenhaalt. De echte grote vermogens blijven toch wel buiten schot, omdat het rendabeler wordt om juridische constructies op te zetten. De wijziging zal het verplaatsen van vermogen uit box 3 naar constructies als bv’s stimuleren. Een andere uitwijkroute kan zijn dat mensen met grotere vermogens meer gaan schenken aan hun kinderen. De wijziging lijkt ingegeven door het door links geroemde boek van Piketty. Zijn stelling is dat het rendement op vermogen hoger is bij grotere vermogens. Dit zou hoger belast moeten worden om vermogenongelijkheid tegen te gaan.

De aanpassing lijkt een tussenstap naar een nieuw stelsel. In de miljoenennota 2016 meldt het kabinet dat het heeft verkend wanneer en onder welke voorwaarden het mogelijk is om een systeem te introduceren waarbij belasting geheven wordt over het werkelijke rendement op vermogen. Op basis van deze verkenning zijn drie varianten opgesteld, maar de uitwerking daarvan laat helaas nog even op zich wachten.

Geplaatst in Belasting, Beleggen, Financieel, Vermogen | 2 reacties

Eindelijk is de Blokhypotheek er…..

Eindelijk is de Blokhypotheek er, maar dan ingebed in de starterslening. Wat wás de Blokhypotheek ook al weer? En hoe werkt de nieuwe starterslening?

Allereerst terug in de tijd. Sinds 1 januari 2013 moeten huiseigenaren hun hypotheek verplicht aflossen om van fiscale aftrek te kunnen profiteren. De aflossingsvrije hypotheek verdween. Op deze verandering kwam veel kritiek uit de markt, want het productaanbod zou daardoor verschralen.

Het toenmalige kabinet kwam – met medewerking van de SGP, de ChristenUnie en D66– in antwoord daarop met een oplossing, zonder de wet hiervoor te hoeven aanpassen. Minister Blok bedacht een hypotheekconstructie met tóch een aflossingsvrije helft: de zogeheten duohypotheek. Het idee van de constructie is dat de huizenkoper twee leningen afsluit. De eerste lening lost hij annuïtair af, de tweede –oplopende– lening gebruikt hij om de maandlasten van de eerste lening te drukken. De constructie zou het mogelijk maken voor starters om toch een huis te kopen. De schuld die in principe aftrekbaar is, wordt in deze duohypotheek toch voor minimaal de helft afgelost. Parallel ontstaat wel een nieuwe, niet aftrekbare schuld. Het rekenkundig eindresultaat was een hypotheek die voor maximaal de helft dezelfde lasten had als een aflossingsvrije hypotheek.Banknotes, keys and building blocks on drawing of house

Na lancering van het idee brak een storm van kritiek los. De markt vond het totaal ongeschikt. Met de niet-aftrekbare oplopende lening zou de starter juist heel duur uit zijn en van de regen in de drup komen. De banken vonden de hypotheek technisch complex en indruisen tegen de roep om eenvoudige financiële producten. Toch waren er ook positieve reacties. Zo creeërt de duohypotheek een synthetische vorm van aflossingsvrij, doordat de schuld vanuit box 1 verschuift naar box 3.

We zijn nu een paar jaar verder en Prinsjesdag heeft uitgewezen dat dit product de huidige starterslening gaat opvolgen. Weliswaar heet het geen Blokhypotheek, maar het principe is precies hetzelfde: twee leningen, waarvan de ene gebruikt wordt om de aflossing van de andere te betalen.

Bij het invoeren van het verplicht aflossen in 2013 werd de starterslening daarvan uitgezonderd. Aan die uitzondering komt eind dit jaar een einde. In 2017 kan de starterslening in aanvang dus niet meer aflossingsvrij worden aangeboden. De oplossing die het kabinet in zijn rol als productontwikkelaar in 2013 heeft bedacht, wordt per 2017 gebruikt voor de starterslening.

De vraag is of de kritiek op de Blokhypotheek ook geldt voor de nieuwe starterslening. Ik vind van niet. Een starterslening is een relatief kleine aanvulling op de bestaande lening. Stel: je leent 30.000 euro tegen een rente van 3,1 procent. Dan is er na drie jaar nog maar een schuld in box 3 van 1906 euro. Als na drie jaar je inkomen hoger blijkt en je de starterslening alsnog moet aflossen, stijgt de maandlast maar met 7,41 euro in vergelijking met de situatie waarin je direct afloste.

Dit neemt niet weg dat het een technische complex product is. Als je door omstandigheden de starterslening pas na vijftien jaar kunt aflossen, stijgt de maandlast met 80,52 euro en is het deel in box 3 inmiddels 11.578 euro. Hoe langer je de starterslening dus nodig hebt, hoe problematischer ze wordt.

Geplaatst in Belasting, Financieel, Hypotheek, Schuld | Een reactie plaatsen

Adopteren? Vergeet het kostenplaatje niet

In mijn omgeving ken ik verschillende mensen die nagedacht hebben over adoptie. Een kind adopteren is een ingrijpende beslissing. Ook financieel. Welke kosten zijn er eigenlijk aan zo’n adoptie verbonden?

Adoptie is er in diverse vormen. Allereerst kun je kiezen voor financiële adoptie. Het financieel geadopteerde kind blijft in zijn omgeving en kan zich in zijn eigen cultuur ontplooien en ontwikkelen. Voor een relatief klein bedrag per maand krijgt een kind eten en medische zorg en leert het schrijven en lezen.Happy interracial family is celebrating, laughing and having fun with Hispanic African American Mother, Caucasian father and ethnically ambiguous children son or daughter. Isolated on a staircase

Daarnaast is er fysieke adoptie: het kind trekt daadwerkelijk bij zijn adoptieouders in. In financieel opzicht wordt het adoptieouders bepaald niet makkelijk gemaakt. Stellen die op natuurlijke wijze een kind krijgen, krijgen bijvoorbeeld niet de vraag of zij het kunnen betalen. Stellen die willen adopteren krijgen die vraag wel. Op zich een legitieme vraag, want adoptie is niet goedkoop. Niet iedereen heeft zo’n groot bedrag direct beschikbaar. Recent hoorde ik van iemand die zijn hypotheek verhoogd had om dit te financieren. En laatst sprak ik iemand die er zelfs van afzag. Hij had zich niet gerealiseerd wat voor extra kosten er allemaal bij adoptie kwamen kijken.

Allereerst moet je je verplicht voorbereiden bij de Stichting Adoptievoorzieningen. Dit kost 1595 euro, aldus de website adoptie.nl. Deze voorbereiding bestaat uit een informatiebijeenkomst en vijf voorlichtingsbijeenkomsten. Vervolgens komen daar de kosten voor bemiddeling en reis- en verblijfkosten in het thuisland van het adoptiekind bij. Die kunnen enorm fluctueren, afhankelijk van de keuze van het land of een van de zes vergunninghouders die Nederland heeft – organisaties die bemiddelen bij adoptie van buitenlandse kinderen. Gemiddeld genomen komen deze kosten ergens tussen de 7.500 en de 30.000 euro uit. Verder kunnen er nog kosten bijkomen voor een verblijfsvergunning of het omzetten van een adoptie naar Nederlands recht. Ter vergelijking: pleegouder worden kost niets. Voor de verzorging en opvoeding van pleegkinderen krijgen pleegouders zelfs een vergoeding.

Persoonlijk vind ik de kosten vrij fors. De meeste vergunninghouders publiceren hun financieel jaarverslag. Daaruit blijkt dat sommigen het geld hard nodig hebben. Anderen boeken echter een fors resultaat of hebben forse vermogens.

Helaas zijn bovenstaande kosten niet meer aftrekbaar van het belastbaar inkomen. In het verleden kon dat wel en ook ontvingen adoptieouders toen een eenmalige tegemoetkoming in de kosten. Wel hebben adoptieouders recht op kinderbijslag. Deze gaat in vanaf het moment dat het kind in Nederland aankomt. Verder krijgen adoptieouders vier weken adoptieverlof en ontvangen zij in die periode een adoptie-uitkering.

Adoptiekinderen kunnen verzekerd worden tegen ziektekosten. In de Zorgverzekeringswet staat dat de zorgverzekeraar verplicht is om iedereen te accepteren die zich aanmeldt voor het basispakket van de zorgverzekering. Ook kinderen met medische problemen moet de zorgverzekeraar zonder meer accepteren. Daarnaast bieden sommige verzekeraars een adoptievergoeding of adoptiekraamzorg.

Het advies van de koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland is om adoptiekinderen ook voor de aanvullende verzekering als eigen kinderen te beschouwen. Het verzekeren van adoptiekinderen met medische problemen op een aanvullende verzekering van de ouders levert in de praktijk dus doorgaans geen problemen op.

Hoewel het financiële aspect niet het belangrijkste is bij adoptie, is het wel noodzakelijk om dit goed in kaart te brengen.

Geplaatst in Financieel, Planning | Een reactie plaatsen